Reflecties van de shifu

Die mij kent weet dat kungfubeoefening  voor mij meer is dan een verzameling technieken. Het is een levenslang pad van leren, onderzoeken en groeien. In deze rubriek deel ik mijn persoonlijke inzichten, ervaringen en ontdekkingen die ik in meer dan vijftig jaar traditionele Chinese krijgskunst heb opgedaan.

Je vindt hier verhalen over de geschiedenis, filosofie en achtergronden van de Chinese vechtkunsten, aangevuld met persoonlijke ervaringen, ontmoetingen en bijzondere weetjes. Geen complete lessen, maar reflecties die uitnodigen om verder te kijken dan de techniek alleen.

Deze pagina is bedoeld voor iedereen die op zoek is naar meer diepgang en mijn kungfupad wil volgen. Via de onderstaande artikelen neem ik je mee in de wereld achter de bewegingen: de tradities, de waarden en de geest die de Chinese krijgskunsten al eeuwenlang kenmerken.

Veel leesplezier en vooral: blijf nieuwsgierig.

Peter van Sint Fiet – shifu KUNGFU WUSHU MAASTRICHT

Mijn reflecties


  • Mijn visie op de traditionele Chinese vechtkunst
  • Twee werelden en verschillende ontwikkeling
  • De zijderoute
  • Filosofie als fundament
  • Chinese taal en kungfu terminologie
  • Mijn kijk op de Shaolin tempel
  • Martial Spirit — 武道精神
  • Rujing 入静 – een moment van stilte
  • De weg naar het kaoshi 考试

Mijn visie op de traditionele Chinese vechtkunst

Wanneer nieuwe leerlingen bij onze kungfuschool beginnen, verwachten de meesten dat zij leren blokkeren, slaan, trappen en zichzelf verdedigen. Dat is natuurlijk ook zo. Kungfu is immers een vechtkunst. Maar wie langer traint, ontdekt al snel dat ik tijdens mijn lessen regelmatig vertel over de achtergronden van een Chinees karakter, een oude meester, een stukje geschiedenis of de betekenis van een bepaalde houding of beweging. Soms praten we over de Chinese leeuwendans, de Chinese opera of de filosofie van Confucius en Laozi.

 

Sommigen zullen zich afvragen waarom ik dat doe. Het antwoord is eenvoudig. Omdat ik ervan overtuigd ben dat je traditionele Chinese kungfu niet werkelijk kunt begrijpen wanneer je alleen de technieken leert. Na meer dan vijftig jaar training ben ik steeds meer gaan beseffen dat een techniek zonder achtergrond slechts een beweging is. Pas wanneer je begrijpt waar zij vandaan komt, waarom zij zo is ontstaan en welke gedachte erachter schuilgaat, krijgt de techniek zijn werkelijke betekenis.


Twee werelden en verschillende ontwikkeling

Als we kijken naar de geschiedenis en ontwikkeling van de vechtkunsten in het Westen en in China zien we in de loop der tijd  twee verschillende werelden ontstaan.

In Europa lag eeuwenlang de nadruk op oorlogvoering. Er werd voortdurend gezocht naar betere wapens, sterkere legers en efficiëntere manieren om de vijand te verslaan. Naarmate vuurwapens zich hier verder ontwikkelden, verloor de individuele vechtkunst steeds meer haar militaire betekenis.Wat overbleef ontwikkelde zich vooral tot sport. Boksen, worstelen en schermen werden disciplines met duidelijke regels, scheidsrechters, gewichtsklassen en kampioenschappen. Het doel werd niet langer overleven op het slagveld, maar winnen binnen afgesproken spelregels.

China daarentegen ontwikkelde zich anders. Ook daar kende men oorlogen en soldaten. Toch bleef de vechtkunst veel sterker verbonden met de ontwikkeling van de mens zelf. Gezondheid, discipline, zelfbeheersing en karaktervorming kregen een even belangrijke plaats als het leren vechten. Daardoor werd kungfu veel meer dan een systeem van zelfverdediging. Het werd een manier van leven.

Waarom de Chinese vechtkunst zoveel diepgang kreeg. China is een enorm land met een lange geschiedenis en een grote verscheidenheid aan volkeren, talen en culturen. Juist daardoor konden honderden verschillende stijlen ontstaan, ieder met hun eigen kenmerken en achtergronden. Ook de besloten manier waarop kungfu werd onderwezen heeft daar sterk aan bijgedragen. Het strenge beleid (verbod) door de regering op de beoefening van de vechtkunst maakte deze minder toegankelijk. Veel kennis werd uitsluitend binnen families of kleine scholen doorgegeven. Leerlingen moesten eerst het vertrouwen van hun meester winnen voordat zij de diepere kennis ontvingen. Hierdoor konden stijlen zich gedurende eeuwen ontwikkelen zonder hun eigen karakter te verliezen.


De zijderoute

Handel, bescherming en de ontwikkeling van kungfu

Langs de oude Zijderoute trokken karavanen met zijde, thee, kruiden, porselein en andere kostbare goederen door uitgestrekte en vaak gevaarlijke gebieden. Om zich te beschermen tegen rovers en bandieten maakten handelaren gebruik van getrainde begeleiders. Rond belangrijke handelsroutes ontstonden versterkte woon- en handelscomplexen, in het Chinees bekend als 围屋 (wéiwū ̄ ), letterlijk ommuurd huis. In Zuid-China werden ook de termen 围龙屋 (wéilóngwū ̄ ) of 土楼 (tǔlóu) gebruikt, afhankelijk van de regio en bouwstijl.

Binnen deze ommuurde huizen leefden complete families samen met hun personeel en bewakers. De dikke muren en afgesloten poorten boden veiligheid in onrustige tijden. De centrale binnenplaatsen vormden niet alleen het hart van het dagelijkse leven, maar ookeen ideale plaats voor de training van de bewakers en het personeel. Hier werden kracht, wapengebruik, balans en gevechtstechnieken geoefend.

Tijdens mijn reizen heb ik meerdere van deze historische complexen bezocht. Op sommige plaatsen zijn nog altijd de sporen zichtbaar van traditionele kungfu-trainingsmiddelen, zoals paalopstellingen (dummies), stenen gewichten, zandpotten en bevestigingspunten voor houten trainingsapparaten. Deze tastbare resten laten zien dat kungfu niet alleen in tempels werd ontwikkeld, maar ook in de beschermde binnenhoven van handelsfamilies, waar de vechtkunst een praktische functie had: het beschermen van mensen, goederen en gemeenschap.


Filosofie als fundament

De Chinese vechtkunst is diep geworteld in de Chinese filosofie. Confucius (孔子) legde de nadruk op respect, verantwoordelijkheid, eerlijkheid en de juiste omgang met andere mensen. Laozi (老子) leerde juist dat de natuur haar eigen weg volgt. Niet alles hoeft met kracht te worden bereikt. Soms bereik je meer door mee te bewegen dan door weerstand te bieden. Dat principe zie je nog altijd terug in de traditionele kungfuscholen. Deze ideeën vormen ook vandaag nog steeds het fundament van mijn kungfulessen. Daarom leer ik jullie niet alleen hoe je een kungfutechniek uitvoert, maar ook hoe je er met elkaar omgaat. Dat is 武德 (Wǔdé) de ethiek van de vechtkunst.

Voor mij begint een goede kungfuleerling niet met sterke vuisten, maar met een goed karakter. Er heerst in mijn school een natuurlijke selectie en er is plaats voor iedereen die mijn pad wil volgen.


Chinese taal en terminologie in de Nederlandse kungfuwereld

Toen de eerste Chinese vechtkunsten in Nederland werden onderwezen, was er nauwelijks sprake van kennis van de Chinese taal. De lessen werden vrijwel volledig gegeven met Nederlandse benamingen of fonetisch overgenomen termen. Bovendien waren de meeste gebruikte woorden niet gebaseerd op het huidige Mandarijn (普通话 Pǔtōnghuà), maar op verschillende Kantonese dialecten, omdat veel leraren afkomstig waren uit Zuid-China en Hongkong. Daardoor ontstonden vaak uiteenlopende schrijfwijzen en uitspraken van dezelfde technieken, standen en trainingsbegrippen. Een vaste Chinese terminologie bestond in de Nederlandse kungfuscholen nauwelijks.

Vanaf het begin van mijn eigen kungfuschool heb ik bewust gekozen om Mandarijn te leren, met als doel de traditionele begrippen correct te kunnen begrijpen, uitspreken en doorgeven. Voor mij was dat meer dan alleen taalstudie; het was een manier om dichter bij de culturele en historische wortels van de Chinese vechtkunst te komen.

In de loop der jaren hebben veel andere instructeurs en scholen deze ontwikkeling gevolgd. Tegenwoordig is het gebruik van Chinese termen zoals Mǎbù (马步), Gōngbù (弓步), Qìgōng (气功) en Wǔdé (武德) in Nederland niet langer vreemd. Waar Chinese terminologie vroeger uitzonderlijk was, is zij inmiddels een herkenbaar onderdeel geworden van het traditionele kungfu-onderwijs en draagt zij bij aan een beter begrip van de oorspronkelijke betekenis van de kunst.

De Chinese taal vormt een belangrijk onderdeel van mijn lessen. Sommige leerlingen vragen zich af waarom wij Chinese namen gebruiken voor standen, technieken en wapens. Dat is niet omdat het bijzonder klinkt. Het is omdat de taal onderdeel is van de cultuur. Neem bijvoorbeeld het karakter 武 (Wǔ). Vaak wordt het vertaald als “krijgskunst” of “martiaal”. Maar wanneer je kijkt naar de opbouw van het karakter ontdek je dat het verwijst naar het stoppen van geweld. Dat vind ik een prachtige gedachte. Ook het woord 功夫 (Gōngfu) wordt vaak verkeerd begrepen. Buiten China denken veel mensen dat het simpelweg “vechtkunst” betekent. In werkelijkheid verwijst het naar een vaardigheid die alleen ontstaat door jarenlang oefenen, geduld en toewijding. Daarom gebruik ik tijdens de lessen graag de oorspronkelijke Chinese benamingen. Iedere keer dat wij spreken over 馬步 (Mǎbù), 弓步 (Gōngbù) of 白鶴 (Bái Hè), houden wij ook een stukje van de taal levend waarin deze vechtkunst is ontstaan.

Wat mij ook altijd heeft gefascineerd, is dat de Chinese vechtkunst nooit op zichzelf heeft gestaan. Een traditionele kungfumeester had vaak ook kennis van ademhaling, massage, kruiden, gezondheid en de vitale punten van het menselijk lichaam. Dezelfde handen waarmee hij een tegenstander kon uitschakelen, gebruikte hij ook om een leerling van een blessure te laten herstellen. Dat laat zien hoe breed de traditionele opleiding eigenlijk was.

Nogmaals: kungfu gaat niet alleen over kracht. Het gaat over de mens — de beoefenaar.


Mijn kijk op de Shaolintempel

De naam Shaolin roept bij vrijwel iedereen die iets met kungfu heeft wel een beeld op. Monniken in gewaden, indrukwekkende vormen, harde trainingen, acrobatische technieken en eeuwenoude tradities. Voor veel mensen is Shaolin bijna synoniem geworden met Chinese vechtkunst. Maar wanneer je langer met kungfu bezig bent, ga je anders naar Shaolin kijken.

Voor mij is de Shaolintempel niet alleen een plaats waar ooit krijgskunst werd beoefend. Het is een historische en culturele plek waarin verschillende lagen van de Chinese geschiedenis, het boeddhisme, krijgskunst, filosofie en beeldvorming door elkaar zijn gaan lopen. Juist dat maakt Shaolin voor mij interessant. Wat is historische traditie, wat is in de loop der tijd onderdeel geworden van de legende en wat betekent het begrip Shaolin vandaag de dag? Die vragen vind ik als beoefenaar van Chinese vechtkunst veel interessanter dan alleen het spectaculaire beeld dat we tegenwoordig van Shaolin kennen.

Een andere richting

Persoonlijk heb ik echter het gevoel dat de huidige Shaolintempel een andere richting is ingeslagen. Waar vroeger, naar mijn beeld, de nadruk lag op studie, discipline en het bewaren van tradities, zie ik tegenwoordig vooral een instelling die sterk gericht is op toerisme, demonstraties en commerciële activiteiten. Dat neemt voor mij niets weg van haar historische betekenis. Als kungfubeoefenaar moet je deze heilige grond eigenlijk zelf betreden en vervolgens naar eigen waarde beoordelen wat je daar ziet en ervaart. Geschiedenis laat zich immers niet alleen lezen; soms moet je een plaats voelen, de omgeving ervaren en met eigen ogen zien wat er van een traditie is overgebleven.

Toch ligt mijn hart bij de vele kleinere scholen in China, waar de Shifu — de leermeesters — nog iedere dag lesgeven vanuit hun liefde voor de vechtkunst. Daar wordt de kennis nog steeds persoonlijk doorgegeven, van meester op leerling.Dat noemen de Chinezen 傳承 (Chuánchéng): het zorgvuldig doorgeven van een levende traditie. En juist dat begrip raakt voor mij de kern van wat kungfu betekent.

Wat geven wij eigenlijk door? Wat ik in dit verband persoonlijk belangrijk vind, is dat niet iedere leerling van mijn school een meestergraad zal behalen of later zelf les zal gaan geven. Dat hoeft ook niet. Ik hoop wel dat iedereen die mijn school verlaat iets meeneemt van de waarden die de traditionele Chinese vechtkunst al eeuwenlang kenmerken.

Respect. Discipline. Bescheidenheid. Nieuwsgierigheid. En de bereidheid om te blijven leren.

Als wij daarin slagen, dan hebben wij meer behouden dan alleen een aantal technieken Dan hebben wij een stukje van een eeuwenoude cultuur levend gehouden. Want kungfu is voor mij uiteindelijk niet alleen wat je kunt laten zien. Het gaat om wat de beoefening met je doet (vormt) en wat je, bewust of onbewust, weer doorgeeft aan een ander. Misschien is dát wel de mooiste vorm van kungfubeoefening.


Martial Spirit — 武道精神

In Martial Spirit beschrijf ik niet alleen technieken of trainingsmethoden, maar vooral de weg achter de beweging — 道 (Dào). Het is een boek gaat over discipline, volharding, traditie en 武德 (Wǔdé), de morele waarden van de Chinese krijgskunst. Ook de invloed van de Chinese cultuur op mijn persoonlijke ontwikkeling krijgt daarin een belangrijke plaats.

Voor mij is dit boek geen handleiding voor snel succes, maar een verzameling van inzichten over wat kungfu kan betekenen als levenspad. Het bevat persoonlijke verhalen, historische achtergronden, observaties over de ontwikkeling van kungfu in Nederland en reflecties over de verbinding tussen lichaam, geest en karakter — 身、心、德 (Shēn, Xī̄n, Dé).

Het concept van dit boek is inmiddels afgerond. De inhoud staat in grote lijnen vast en de volgende stap is de verdere uitwerking richting publicatie. Zodra Martial Spirit daadwerkelijk verkrijgbaar is, zal ik dat via deze reflectierubriek en mijn website bekendmaken. Ik zal dan ook informatie delen over de verschijningsdatum, de beschikbare uitvoering en de wijze waarop het boek besteld kan worden.

Ik kijk ernaar uit om dit werk binnenkort te kunnen delen met iedereen die geïnteresseerd is in de diepere betekenis van traditionele kungfu en in de geest die achter de kunst schuilgaat: 武道精神 — de ware Martial Spirit.


Rujing 入静 – een moment van stilte

Sinds kort begin en eindig ik mijn trainingen met een kort moment van stilte. Ik noem dit rujing 入静. Het is een bewust moment om tot rust te komen, de aandacht naar binnen te richten en de training met een heldere geest te beginnen (en te eindigen).

Dit soort rituelen is in de wereld van de vechtkunst niet nieuw, maar vraagt wel om een doordachte toepassing. Het is aan de meester om ze vorm te geven en op een passende manier in de lessen te verweven. Voor mij is rujing daarom opnieuw een verrijking van de lessen binnen mijn kungfuschool.

Bij het commando rujing 入静 nemen we plaats in guizuo 跪坐, de knielende houding. We sluiten de ogen met biyan 闭眼 en richten hiermee onze aandacht naar binnen. Op dat moment is er niets anders nodig dan stil te zijn, het volgen van je (buik)ademhaling  en aanwezig te blijven. Aan het eind van dit moment openen we de ogen met zhengyan 睁眼. De aandacht richt zich weer naar buiten. Op het commando qili 起立 staan we op en verlaten we de rusthouding.

Voor mij is dit meer dan alleen een begin- en eindritueel. Het is een kleine herinnering dat kungfu niet alleen draait om beweging, techniek en kracht. Het gaat ook om aandacht, zelfbeheersing en innerlijke rust. Ik wil mijn leerlingen hiermee meegeven dat je niet alleen je lichaam traint. Je leert jezelf ook eerst stil te maken, zodat je daarna bewuster kunt bewegen.

En misschien is dat juist het mooie van kungfu. Dit is de weg die ik bewandel in mijn kungfuschool en met mijn leerlingen deel. Wie deze vorm ziet of leest, kan erdoor aan het denken worden gezet, zich erdoor laten inspireren of haar zelfs proberen te kopiëren. Maar een vorm overnemen betekent nog niet dat je ook de ervaring, de intentie en de betekenis erachter bezit. Die moet ieder mens uiteindelijk zelf doorlopen en zich eigen maken.


De weg naar het kaoshi考试 – de waarde van een graad

Binnen mijn kungfuschool komt ieder jaar het moment waarop leerlingen zich voorbereiden op het kaoshi, onze niveautoets. Ongeveer een maand voorafgaand aan de toets houd ik een selectieronde. Ik kijk dan niet alleen naar de technieken die iemand beheerst, maar vooral ook naar de ontwikkeling die eraan vooraf is gegaan. Voor mij is een kaoshi namelijk meer dan het afwerken van een lijst met technieken. Het is een moment waarop zichtbaar wordt wat iemand tijdens zijn leerweg heeft opgebouwd. En dat gaat verder dan fysieke vaardigheden alleen.

Niet alleen kunnen, maar ook begrijpen

In de beginfase van kungfubeoefening ligt de nadruk op het leren van de basis. Een leerling neemt bewegingen over, herhaalt technieken en leert zijn lichaam steeds beter beheersen. Dat vraagt tijd, herhaling en geduld. Pas wanneer de basis voldoende is ontwikkeld, ontstaat er ruimte om dieper op de achterliggende principes in te gaan.

Als leermeester bepaal ik wanneer een leerling klaar is voor die volgende stap. Dat doe ik niet om kennis achter te houden, maar omdat kennis pas werkelijk betekenis krijgt wanneer er voldoende ervaring is om haar te begrijpen en toe te passen. Een techniek kunnen uitvoeren is immers iets anders dan begrijpen waarom je die techniek gebruikt, wanneer zij werkt en hoe je haar kunt aanpassen aan een veranderende situatie. Dat onderscheid wordt steeds belangrijker naarmate een leerling verder komt. Daarom kijk ik tijdens een selectieronde niet alleen naar wat iemand op dat moment kan laten zien. Ik kijk ook naar de trainingshouding, de inzet, de concentratie, het vermogen om aanwijzingen te verwerken en de bereidheid om kritisch naar zichzelf te kijken.

De waarde van een kungfugraad

Een kungfugraad binnen mijn school staat voor meer dan een behaald beoefeningsniveau. Hij vertegenwoordigt een weg die iemand heeft afgelegd: de uren van training, de gemaakte fouten, de momenten waarop iets niet lukte en de stappen die daarna zijn gezet. Zonder die weg verliest een graad een belangrijk deel van zijn betekenis. Het gaat mij niet alleen om het resultaat, maar ook om de ontwikkeling die eraan voorafging.

Dat betekent ook dat ik niet verwacht dat iedere leerling zich op dezelfde manier of in hetzelfde tempo ontwikkelt. De ene leerling heeft meer tijd nodig om bepaalde vaardigheden te beheersen, terwijl een ander juist op andere onderdelen extra aandacht nodig heeft. Dat hoort bij leren. Een leerling kan zelf het gevoel hebben klaar te zijn voor een volgende graad. Dat gevoel neem ik serieus, maar het is uiteindelijk aan mij als leermeester om te beoordelen of hij rijp is voor deze stap. Daarbij kijk ik naar het geheel en niet alleen naar de onderdelen die iemand al beheerst.

Het leerpad kent geen vaste tijd

Ik vind het belangrijk dat leerlingen de ruimte krijgen om zich op hun eigen niveau te ontwikkelen. Ook binnen het lesgevende kader moeten we ervoor waken dat we leerlingen niet te snel vooruithelpen omdat ze graag meer willen leren of omdat we zelf enthousiast zijn over wat er nog te ontdekken valt.

Een leerling bepaalt niet zelf wanneer hij toe is aan nieuwe lesstof. Natuurlijk mag hij vragen stellen, nieuwsgierig zijn en willen begrijpen waarom iets op een bepaalde manier wordt uitgevoerd. Die nieuwsgierigheid stimuleer ik juist. Maar dat betekent niet dat iedere vraag direct beantwoord hoeft te worden of dat alle kennis op ieder moment al gedeeld kan worden. Soms ontbreekt simpelweg nog de ervaring (vaardigheid) of het inzicht om een antwoord werkelijk te begrijpen en er iets mee te kunnen doen.

Als leermeester is het mijn verantwoordelijkheid om daarin keuzes te maken. Ik bepaal wanneer een leerling toe is aan een volgende stap, wanneer het beter is om verder te oefenen op de basis en wanneer bepaalde kennis nog even moet wachten. Dat is geen kwestie van kennis achterhouden, maar van lesgeven op het juiste moment. Een antwoord dat vandaag nog weinig betekenis heeft, kan na maanden of jaren trainen ineens volledig op zijn plaats vallen. Ook voor ons als kader is dit belangrijk om te beseffen. We moeten niet alleen kijken naar wat een leerling graag wil leren, maar vooral naar wat hij op dat moment nodig heeft. Meer lesstof aanbieden is niet altijd hetzelfde als iemand verder helpen. Soms betekent goed lesgeven juist dat je iemand nog wat langer laat werken aan de basis.

Dat kan voor een leerling voelen alsof de ontwikkeling stilstaat, terwijl er onder de oppervlakte juist veel wordt opgebouwd. De leerweg van de ene leerling hoeft bovendien niet de leerweg van een ander te zijn. Onze eigen ervaring kan ons helpen bij het begeleiden van anderen, maar mag niet bepalen dat iedereen dezelfde stappen op hetzelfde moment moet zetten.

Een goede leermeester geeft niet alleen kennis door, maar bepaalt ook wanneer die kennis tot zijn recht kan komen.

Meesterschap kent geen haast

In een eerdere reflectie, De unieke weg naar kungfumeesterschap, schreef ik al over de persoonlijke reis die iedere leerling binnen kungfu aflegt. Ook daarin staat voor mij centraal dat ontwikkeling niet alleen wordt bepaald door het behalen van een volgende graad. Zelfs een zwarte band is geen eindpunt. Het is een erkenning van wat iemand heeft opgebouwd en tegelijkertijd het begin van een nieuwe fase. Het onderhouden, verdiepen en verder ontwikkelen van die vaardigheden vraagt opnieuw inzet en toewijding. Dezelfde gedachte geldt voor iedere graad die eraan voorafgaat. Het behalen ervan kan een mooi moment zijn, maar de werkelijke waarde zit in wat iemand tijdens de weg ernaartoe heeft geleerd en hoe hij daarmee verdergaat.

Een Chinese uitdrukking die deze gedachte mooi weergeeft, is:

十年磨一劍 — Shí nián mó yī jiàn

Tien jaar slijpen om één zwaard te smeden.

Het beeld spreekt voor zich. Een goed zwaard ontstaat niet door haast, maar door geduld, herhaling en aandacht voor details. Zo zie ik ook de ontwikkeling binnen kungfubeoefening. Niet iedere training levert direct zichtbaar resultaat op, maar iedere training kan bijdragen aan een sterker fundament.

De afgelegde weg geeft de graad zijn waarde

Wanneer ik een leerling voordraag voor een kaoshi, kijk ik daarom verder dan de vraag of alle technieken voldoende worden uitgevoerd. Ik wil zien dat iemand klaar is voor de volgende stap, zowel in fysieke vaardigheden als in houding en inzicht. Dat vraagt van mij als leermeester dat ik blijf observeren, begeleiden en soms ook begrenzen. Van de leerling vraagt het vertrouwen, geduld en de bereidheid om te blijven werken aan zichzelf, ook wanneer de volgende stap nog even op zich laat wachten. Ik ben mij ervan bewust dat niet iedere leerling hetzelfde doel heeft. Voor de een ligt de nadruk op zelfverdediging, voor de ander op gezondheid, techniek of verdere verdieping. Maar ongeacht het doel blijft voor mij de kern hetzelfde: ontwikkeling vraagt tijd en een graad moet recht doen aan de weg die iemand heeft afgelegd. Uiteindelijk is het kaoshi dus niet alleen een toets van wat iemand kan. Het is ook een moment van reflectie op de weg die achter ons ligt en op de weg die nog voor ons ligt.